De schilderijen van Monique Wolbert passen niet direct in een bepaalde stijl of stroming. Ze passen wel in de figuratieve traditie maar hoewel de meeste afzonderlijke elementen herkenbaar zijn blijft de inhoud ook iets raadselachtigs behouden. Dat is dan ook meteen een van de aantrekkelijke aspecten in het oeuvre. De voorstelling streelt ons belevingsvermogen zonder dat de schilderijen een behoefte creëren om uitgelegd te worden. De schilder heeft een persoonlijke symbolentaal ontwikkeld waarin met een zekere regelmaat vormen en motieven terugkeren. Ze geven de kijker de mogelijkheid om zelf verhaal te maken en betekenis toe te kennen zonder dat dit hoeft overeen te komen met de visie van de maker. Het maakt het ook eenvoudiger om een schilderij in eerste instantie als een esthetische belevenis te ervaren.
Composities met vormen, lijnen, kleuren en overwegend vrouwelijke figuren waarbij duidelijk wordt ervaren dat het om meer gaat dan een ‘mooi’ plaatje.
De kijker wordt deelgenoot van een wonderlijke wereld, bevolkt door monumentale vrouwenfiguren en delicate stillevens weergegeven in overvloeiende kleuren, gekaderd in subtiele belijning. Hoewel het pure landschap maar heel weinig als onderwerp aan bod komt hebben vrijwel alle schilderijen een bijzonder gevoel van landschappelijkheid.
De manier van werken, zowel technisch als compositorisch, schept een bijna fysieke diepte, voor- en achtergrond spelen een spel waarin de toeschouwer wordt meegenomen, tenminste wanneer die daar voor openstaat. Een spel van passie en emotie, eros en vervoering, een uitnodiging om te durven ervaren … en zo wordt een schilderij als een lied waar we naar luisteren, net zoals een lied ons kan meevoeren in een verhaal.
(Tekst: Jaap Nijstad kunsthistoricus)